Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Op het tijdstip van inwerking van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen, als bedoeld in artikel 2.34a:
de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de Drank- en horecawet zijn gesteld;
de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college en de burgemeester zijn verleend;
de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.
Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de Drank- en horecawet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan de in het tweede lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht.
Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de Drank- en horecawet, behalve de in het tweede lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen.
Op aanvragen met betrekking tot een besluit, krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist, is de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid van toepassing.
Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit, krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, wordt beslist met toepassing van de in artikel 6.4, tweede lid bedoelde verordening.