Voor de toepassing van een ontheffing voor een dakterras geldt aanvullend op artikel 4.1.1 Bro:
dat het dakterras moet worden gerealiseerd op de platte (delen van) daken van de oorspronkelijke hoofdbebouwing (met uitzondering van de oorspronkelijke lager gelegen achteruitbouwen) en het oorspronkelijke dakvlak;
dat de constructiehoogte van het dakterras niet meer dan 30cm mag bedragen;
dat de afstand van het hekwerk tot de dakrand minimaal 2 meter moet bedragen;
dat de hoogte van het hekwerk maximaal 1,20 meter mag bedragen;
dat als nadere voorwaarde kan worden gesteld dat de afstand van het dakterras tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter dient te bedragen.
HOOFDSTUK 6:
Artikel 6:3.
Artikel 6:3.
Onderdeel van Beleidskader, toepassing ontheffing, artikel 3.23 Wro