**1..** Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen Pgb:
i. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte maatwerkvoorziening noodzakelijk was;
ii. het persoonsgebonden budget bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven.
**2..** De hoogte van het Pgb bedraagt maximaal de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan en wordt, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Bij de aanschaf van een meer luxe uitvoering betaalt de klant zelf de meerkosten.
**3..** De hoogte van het Pgb bij diensten, met uitzondering van vervoer van en naar de dagbesteding - wordt als volgt bepaald:
Een laag uurtarief voor Hulp bij het huishouden - 75% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura, met een minimum van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
Een laag uurtarief voor Begeleiding - 75% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura, met een minimum van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en tegenwaarde van verlofuren.
Een hoog uurtarief - 85% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura - voor een Pgb voor een dienst wanneer de budgethouder voor de uitvoering van de werkzaamheden gebruik maakt van een professionele zorgverlener.
Het vaststellen van de hoogte van het Pgb bij diensten gebeurt op basis van het aantal geïndiceerde uren vermenigvuldigd met het uurtarief.
**4..** Indien vervoer van en naar een dagbesteding is geïndiceerd wordt het Pgb afgeleid van de voorziening in natura voor vervoer per dag van en naar de dagactiviteit, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie.
** 5. .** Het college kent, in aanvulling op het eerste lid, een persoonsgebonden budget toe als naar het oordeel van het college is vastgesteld dat:
cliënt, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk, danwel zijn pgb vertegenwoordigers, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zaken dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren;
is gemotiveerd dat een cliënt een persoonsgebonden budget wenst;
is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden passend, veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn;
het vaststellen van bovenstaande voorwaarden gebeurt aan de hand van een pgb-plan dat bij de eerste aanvraag ingediend moet worden en door onderzoek van het college.
a. Het persoonsgebonden budget dient besteed te worden aan het inkopen van zorg of ondersteuning en mag niet aangewend worden voor de betaling van tussenpersonen, belangenbehartigers, feestdagenuitkering, reiskosten, bemiddelings- en coördinatietaken alsmede ondersteunings- of administratiekosten in verband met het Pgb. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag.
b. De zorgverlener mag niet tegelijkertijd pgb-vertegenwoordiger zijn, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven.
Artikel 12
Regels voor Pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer