Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk na de melding en voor zover nodig:
De hulpvraag van de cliënt
De behoeften, beperkingen, zelfredzaamheid, participatie, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
De aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijk maatschappelijke ondersteuning
De mogelijkheden om met eigen mogelijkheden of met gebruikelijke hulp of algemene voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;
De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;
De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de client;
De mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;
De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen meet zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorziening in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning;
de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4. van de wet naar schatting verschuldigd zal zijn;
of de verstrekking van een pgb al dan niet een passende oplossing is, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de mogelijkheden en voorwaarden van het Pgb.
2. Na het onderzoek als bedoeld in het eerste lid, concludeert het college welke compensatie nodig is in de vorm van een maatwerkvoorziening.
3. Indien het onderzoek door het college onvoldoende uitsluitsel geeft over de in te zetten maatwerkvoorzieningen, kan het college specifieke deskundigheid inzetten om tot een conclusie te komen.
**4..** Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.
**5..** Als de hulpvraag als bedoeld in het eerste lid en in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet genoegzaam bekend is, kan het college, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.