18.1
De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van tenminste drie/vierde van het aantal deelnemende gemeenten daartoe besluiten.
18.2
De opheffing gaat in op de eerste dag nadat de besluiten daartoe zijn opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij het besluit een latere datum aangeeft.
18.3
In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepaling van de regeling worden afgeweken.
18.4
Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld; het liquidatieplan wordt ter kennisneming toegestuurd aan Gedeputeerde Staten.
18.5
Zo nodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.
Paragraaf Opheffing
Artikel 18