Naar hoofdinhoud
14.1 Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de voorlopige jaarrekening aan het algemeen bestuur en aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Bij deze voorlopige jaarrekening worden eveneens de volgende bescheiden overgelegd: het jaarverslag, de berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen en de accountantsverklaring. 14.2 Het resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Hiervan kan worden afgeweken middels een voorstel tot resultaatsbestemming dat aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. 14.3 Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vóór 1 juli vast. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening strekt – voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft – het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en andere onregelmatigheden.

Rechtspraak bij dit artikel