Naar hoofdinhoud
16.1 Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van de onderscheiden bestuursorganen van de gemeente. Er geldt een opzegtermijn van een kalenderjaar. 16.2 Het dagelijks bestuur doet een voorstel aan de raden van de deelnemende gemeenten over de financiële verplichtingen alsook over de overige gevolgen van de uittreding. Tenminste twee/derde van het aantal gemeenten dient daarmee in te stemmen. 16.3 De uittreding treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking in de Staatscourant door het daartoe bevoegde gemeentebestuur, tenzij het besluit een latere datum aangeeft.

Rechtspraak bij dit artikel