Naar hoofdinhoud
Als invulling van hetadresonderzoek zal de gemeente Eijsden-Margraten informatie inwinnen bijandere overheidsorganen en derden 12 in bijlage 2 bij deze regeling is een, niet limitatieve, opsomming van een aantal mogelijke bronnen vermeld die gegevens uit de BRP verstrekt krijgen (waaronder de eigen of andere gemeenten), familie, nutsbedrijven, woningbouwcorporaties, woningeigenaren, werkgevers, uitkeringsinstanties, ziektekostenverzekeraars endergelijke, om zo de feitelijke verblijfplaats van de persoon te achterhalen. De informatie kan op verschillende manier ingewonnen worden, schriftelijk, per mail of telefonisch. Alle verkregen informatie, ook inkomende mail, wordt opgeslagen bij het betreffende digitale onderzoeksdossier, Bij het vragen om informatie over het adres van betrokkene mag de persoonlijke levenssfeer van betrokkene of anderen niet onnodig worden geschaad. Daarom moet er in algemene bewoordingen gevraagd worden aan de aangeschreven persoon of instantie, of er een adres en zo ja, welk adres van betrokkene bekend is.De aangeschreven persoon – niet zijnde de betrokkene zelf – heeft het recht om hierop niet te antwoorden. Overheidsorganen die gegevens uit de BRP verstrekt krijgen, kunnen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens informatie verschaffen ten behoeve van de bijhouding van de BRP. Het ligt wat dat betreft voor de hand om ook bij andere overheidsorganen te informeren. Het meedelen aan derden dat iemand niet meer op zijn adres woont, kan op zich al een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een betrokkene zijn: werkgevers of banken kunnen daar bijvoorbeeld al consequenties aan verbinden. Het is wat dat betreft van belang dat zo zorgvuldig mogelijk is vastgesteld dat een persoon niet meer op het oude, in de BRP- geregistreerde, adres woont alvorens derden worden benaderd. In het algemeen richt de gemeente Eijsden-Margraten het onderzoek in aan de hand van de kenmerken van een betrokkene. Het blijkt uit onderzoek van hetCBS dat bepaalde groepen personen met specifieke kenmerken bijvoorbeeld vaker naar het buitenland zijn vertrokken zonder daarvan aangifte te doen, dan dat dit voor andere groepen het geval is. 13 Centraal Bureau voor de Statistiek, Vertrokken onbekend waarheen: demografische en sociaaleconomische kenmerken van personen die bij de gemeente geen aangifte doen van vertrek, 2011, beschikbaar op www.cbs.nl. De specifieke kenmerken van een betrokkene kunnen watdat betreft aanleiding zijn om in hetene geval de aandacht te richtenop bepaalde instanties die eerder op de hoogte kunnen zijn van de verblijfplaats van een bepaalde persoon (bijvoorbeeld: in het geval van vreemdelingen: de IND, of in geval van studerenden: DUO). Op deze wijze is het in een aantal gevallen mogelijk om het adresonderzoek sneller tot resultaat te laten leiden. Het adresonderzoek kan in dezefase worden versneld indien maximaal gebruik gemaakt wordt van communicatiemiddelen als telefoon en/of e-mail. Indien er aanwijzingen zijn datde betrokken persoon naar het buitenland is vertrokken, zal hetonderzoek zich moeten richtenop het achterhalen van een eventuele buitenlandse verblijfplaats van betrokkene. Mogelijk dat aan de hand van bepaalde bronnen ook informatie kan worden verkregen over een buitenlands adres. Praktijkvoorbeeld: Het raadplegen van andere informatiebronnen bij een adresonderzoek: Een burger doet aangifte van adreswijziging aan de balie van een gemeente. De burger geeft aan onbekend te zijn met een vorige bewoner die nog op het adres staat geregistreerd. De gemeente start naar aanleiding van dit signaal een adresonderzoek naar de verblijfplaats van de vorige bewoner. Nadat het adresonderzoek is uitgebreid worden de volgende bronnen geraadpleegd. Een overheidsorgaan – De gemeente kan bij de afdeling Werk en Inkomen Heuvelland-Maastricht navragen of de betrokkene een uitkering heeft en of in dat kader contactgegevens beschikbaar zijn en op welk moment voor het laatst contact met betrokkene is geweest. Een derde - De woning blijkt van een woningbouwvereniging te zijn. De gemeente neemt contact op met de woningbouwvereniging om te vragen of deze persoon volgens haar registratie inderdaad niet meer op het adres woont en of nieuwe adresgegevens bekend zijn. Familie – Er blijkt familie van de betrokkene in de gemeente te wonen. De gemeente stuurt eenbrief naar deze familie met de vraag of nieuwe adresgegevens bekend zijn. Buren/medebewoners - .Bij het bezoek aan het adres wordt navraag gedaan bij de buren. Uit de verschillende informatiebronnen blijkt dat het vermoedelijke nieuwe adres van betrokkene gelegen is in het buitenland. Het adresonderzoek richt zich vervolgens op dit buitenlandse adres.

Rechtspraak bij dit artikel