Indien het gestelde in artikel 5.3.4, tweede lid, van toepassing is, gelden de volgende bepalingen:
voor de opvang van fecaliën afkomstig uit toiletten met waterspoeling, moet een doeltreffende rottingput met een doeltreffende aansluitleiding naar die toiletten aanwezig zijn, tenzij de fecaliën voor agrarische bedrijfsdoeleinden worden gebruikt;
voor de opvang van fecaliën afkomstig uit toiletten zonder waterspoeling, moeten een doeltreffende beerput zonder overstort, een doeltreffende gierput of een doeltreffende rottingput met overstort (septic tank) van 6 m3 aanwezig zijn, alsmede een doeltreffende aansluitleiding tussen die toiletten en de genoemde put, tenzij op andere zodanige wijze wordt geloosd dat geen verontreiniging van water, bodem of lucht kan optreden;
voor de opvang van afvalwater zonder fecaliën moet een doeltreffende rottingpunt met overstort (septic tank) van 6 m3 aanwezig zijn, dan wel op een voorziening die voldoet aan de in artikel 7 lid 5 van het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater, respectievelijk het Lozingenbesluit Bodembescherming gestelde eisen;
leidingen voor de afvoer hemelwater mogen niet lozen op een rottingput.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 3
Artikel 5.3.5
Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Moerdijk