**1..** Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar kan worden verleend voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de geldende bijstandsnorm en in de hogere bestaanskosten niet kan worden voorzien door het delen van kosten met een ander, alsmede hiervoor de ouderlijke onderhoudsplicht (artikel 62 PW) niet te gelde kan worden gemaakt.
**2..** De jongere als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als:
de ouder(s) is/zijn overleden of in het buitenland woont/wonen en deze onbereikbaar is/zijn;
de jongere in het kader van de Wet op de jeugdzorg/Jeugdwet destijds buiten het gezin is geplaatst;
de jongere op de ingangsdatum van de bijstandsverlening twaalf maanden of langer zelfstandig woont;
er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht.
**3..** De noodzakelijke kosten van het bestaan van de zelfstandig wonende alleenstaande dan wel alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar zoals bedoeld in lid 1, worden gesteld op het normbedrag voor een persoon van 21 jaar exclusief vakantietoeslag in vergelijkbare omstandigheden. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen dit bedrag en de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**4..** De noodzakelijke kosten van het bestaan van de alleenstaande dan wel alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar die verblijft in een inrichting in de zin van artikel 1, sub f PW, alsmede die zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken, worden gesteld op het normbedrag als bedoeld in artikel 23, lid 1, sub a PW.
Hoofdstuk 3
Artikel 36:
Aanvullende algemene bijstand voor jongeren van 18-21 jaar
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Gooise Meren 2017