Naar hoofdinhoud
Het college kan besluiten schuldhulpverlening af te wijzen. Het college kan in elk geval besluiten de schuldhulpverlening af te wijzen indien: verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt als genoemd in artikel 6 en 7 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; er geen sprake is van een stabiel inkomen op minimaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm; verzoeker niet bereid is de beschikbare aflossingscapaciteit in middelen en vermogen te gebruiken voor delging van zijn schulden; verzoeker niet heeft aangetoond gemotiveerd te zijn om de onderliggende oorzaak van de schulden te willen oplossen, bijvoorbeeld door de naar het oordeel van het college benodigde hulpverlening te zoeken en te aanvaarden; verzoeker geen stabiele woon- en leefsituatie heeft en er geen zicht is op een verbetering van de situatie binnen drie maanden; verzoeker fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en verzoeker in verband daarmee strafrechtelijk is veroordeeld of een bestuurlijke sanctie is opgelegd; verzoeker zich misdraagt ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject; verzoeker in staat is zijn schulden zelf te regelen.

Rechtspraak bij dit artikel