In deze subsidieregeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. ASA 2013: de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;
b. Board: de Stichting Amsterdam Economic Board;
c. BO Platform Economie: Het Bestuurlijk Overleg van het Platform Economie Metropoolregio Amsterdam;
d. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
e. HCA: Human Capital Agenda van de Board;
f. KIA: de Kennis en Innovatie Agenda voor de Metropoolregio Amsterdam;
g. Lokaal/lokale: het geografisch gebied van de gemeente Amsterdam;
h. MRA: Metropoolregio Amsterdam, dit is het geografisch gebied dat de samenwerking beslaat tussen de 33 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Vervoerregio Amsterdam;
i. MRA Agenda: De Ruimtelijk-Economische Actie-Agenda 2016-2020, zoals bestuurlijk vastgesteld op 21 januari 2016;
j. Penvoerder: de door een samenwerkingsverband aangewezen partij die namens het samenwerkingsverband het project inhoudelijk aanstuurt, de ontvangen betalingen van het college verdeelt onder de deelnemers, de deelnemers informeert over de voortgang van het project en de administratieve relatie met het college verzorgt, waaronder in ieder geval wordt verstaan het doen van de subsidieaanvraag en het doorgeven van wijzigingen in het projectplan of de begroting;
k. Prijsvraag: prijsvraag zoals is bedoeld in artikel 2.42 van de Aanbestedingswet 2016;
l. Project: één activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten met een aanvangsdatum en vermoedelijke einddatum, die/dat als oogmerk heeft een bijdrage te leveren aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Amsterdam inzake economische ontwikkeling en innovatie en waarvoor krachtens deze regeling subsidie wordt aangevraagd;
m. Raad: de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam;
n. Samenwerkingsverband: een afspraak tussen één of meerdere niet in een als in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk wetboek bedoelde groep verbonden rechtspersonen, neergelegd in een overeenkomst die betrekking heeft op de gezamenlijke uitvoering van een project zonder dat hiervoor een rechtspersoon is opgericht;
o. SMART: de voorwaarde dat doelstellingen van het project waarvoor subsidie is aangevraagd concreet, meetbaar, uitvoerbaar, realistisch en tijdsgebonden zijn;
p. TenderNed: het online marktplein voor aanbestedingen van de Nederlandse overheid.
q. Toekomstbestendig: de voorwaarde dat het project zal worden voortgezet na de subsidievaststelling tenzij in de aard van het project ligt besloten dat de activiteiten niet worden voortgezet. Als het project na de subsidievaststelling niet wordt voortgezet dienen de activiteiten na subsidievaststelling nog merkbaar te zijn;
r. Triple helix: het uitgangspunt dat het project op een evenwichtige wijze wordt gefinancierd door de subsidie, het bedrijfsleven en kennisinstellingen hetgeen in ieder geval met zich brengt dat voor elke euro subsidie die wordt verleend tevens vier euro aan externe bijdrage worden ingebracht om het project mee te realiseren.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Subsidieregeling Economische Ontwikkeling en Innovatie 2017