Op 16 oktober 1985 (gemeenteblad, afd. 1nr. 1536) besloot de raad in te stemmen met de instelling van het Fonds Ontwikkelingsmaatschappij Amsterdam. De gedachte achter het oprichten van deze ontwikkelingsmaatschappij was de wens nieuwe economische activiteiten met een structuurversterkende werking middels een risicovolle kapitaalinbreng van de grond te kunnen helpen. Na de instelling van het FOM heeft de raad ook andere financieringsvormen uit het FOM toegestaan. Een belangrijke filosofie achter alle onttrekkingen uit het FOM is dat de financiering het oogmerk heeft om duurzame banen te creëren in de gemeente door het aantrekken van nieuwe bedrijven. De status quo van het FOM is dat het een systeemreserve is. Het college mag binnen de door de raad gestelde kaders bestedingen dekken uit onttrekkingen aan de systeemreserve (Beleidsnota reserves en voorzieningen 2013). Het college kan een voordracht doen aan de Raad voor deelname in rechtspersonen die bedrijfsactiviteiten ontplooien met een structuurversterkende uitstraling. Het College kan een bijdrage verstrekken in de voorbereidings- en aanloopkosten die (kunnen) leiden tot de eerder genoemde bedrijfsactiviteiten en voor vestigingsbijdragen voor buitenlandse bedrijven. Het college mag subsidies verlenen uit het FOM (bijlage 1 bij het raadsbesluit instelling systeemreserves 18 december 2013). De bepaling is een codificatie van de huidige praktijk, waarbij subsidies ten goede komen aan activiteiten waardoor het aantrekkelijker wordt voor bedrijven om zich te vestigen in Amsterdam met het creëren van duurzame banen als gevolg.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 19
FOM
Onderdeel van Subsidieregeling Economische Ontwikkeling en Innovatie 2017