In dit artikel wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
2.2.1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een
standplaats in te nemen of te hebben.
Het college weigert de vergunning indien het plaatsen van
standplaatsen strijdig is met een geldend bestemmingsplan,
behoudens de mogelijkheid van het verlenen van vrijstelling
daarvoor.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
komt.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2:
Artikel 5.2.3
Standplaatsen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Diemen 2010