**1..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 6, onderdeel b en c, 7, onderdeel b en c, art. 12 eerste lid, onderdeel b, en art. 12 tweede lid, onderdeel b, of artikel 13 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt de uitkering bij de eerste herhaling verlaagd gedurende 2 maanden, en bij een volgende herhaling gedurende 3 maanden.
**2..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 6, onderdeel a, of art. 7, onderdeel a, schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld.
**3..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, wordt de uitkering bij de eerste herhaling met 100% van de bijstandsnorm verlaagd gedurende 2 maanden.
**4..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikel 12, eerste lid, onderdeel a of artikel 12, tweede lid, onderdeel a, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt de uitkering steeds (met 100%) verlaagd voor 3 maanden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 15.
Recidive
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gouda 2017