De burgemeester kan de vergunning intrekken:
Indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend.
Indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6 lid 7;
Indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen.
Indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.
Indien het DEKRA-certificaat inzake amusementscentra wordt verloren door de ondernemer.
Indien in de inrichting strafbare feiten hebben plaatsgevonden dan wel de vergunninghouder dan wel de beheerder(s) in enige opzicht van slecht levensgedrag zijn bevonden.