Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente IJsselstein 2010

1.. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel, indien: a. de gedraging meer dan een jaar voor constatering ervan door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is verleend. b. de gedraging een schending van de inlichtingenplicht betreft en als gevolg daarvan ten onrechte uitkering is verleend, en deze meer dan vijf jaren voor constatering ervan door het college heeft plaatsgevonden. c. de gedraging schending van de inlichtingenplicht betreft en als gevolg daarvan ten onrechte uitkering is verleend, en deze wordt onderzocht door het openbaar ministerie. De maatregel blijft definitief achterwege indien ter zake strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. d. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. e. het college hiertoe een dringende reden aanwezig acht. 2. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van een dringende reden dan wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel