In de verordening is de volgende bepaling opgenomen:
"Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling indien aanspraak bestaat op bekostiging en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is".
Deze bepaling bevat een verplichting voor de ouder om ten behoeve van het college genoegzaam aan te tonen en voor de gemeente om de individuele situatie te beoordelen. Per individuele aanvraag zal het college beoordelen of de gevraagde inzet redelijk is.
Regel
Van een ernstige benadeling van het gezin is in ieder geval sprake als het reizen per openbaar vervoer de begeleider meer reistijd kost dan 6 uur reistijd per dag voor leerlingen van het basisonderwijs en meer dan 3 uur reistijd per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.
Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het College sprake als één van de volgende situaties aanwezig is.
Er is sprake van een één ouder gezin:
andere kinderen van onder de 10 jaar thuis zonder identiek schoolbezoek
scholings- of arbeidsverplichtingen van de ouder op de vervoersmomenten van de leerling
de ouder heeft een structurele lichamelijk of zintuigelijke handicap in de zin van de verordening
Het enkele feit dat ouders beiden werken is zonder bijkomende omstandigheden die een belemmering zijn om zelf te begeleiden of anderen namens hen te laten begeleiden geen reden om aangepast vervoer toe te kennen.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.3
Begeleiding onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling
Onderdeel van Beleidsregels Leerlingenvervoer 2017