Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende als gevolg van:
de weigering van het college een vergunning te verlenen tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument als bedoeld in de artikelen 9 lid 2, 20 lid 1 en 23 lid 2 van deze verordening,
voorschriften door het college verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument,schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de raad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 7:
Artikel 26 Schadevergoeding
Artikel 26 Schadevergoeding
Onderdeel van Monumentenverordening 2005