Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verordening op de kans- en de behendigheidsspelen

In deze regeling wordt verstaan onder: beheerder: degene, die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen, en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed waarbij het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet op de kansspelen; kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is; laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet op de kansspelen; ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal, hoogdrempelige, laagdrempelige inrichting exploiteert; openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; speelautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30 van de Wet op de kansspelen; Speelautomatenbesluit: Speelautomatenbesluit 2000; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder c, van de wet; wet: Wet op de kansspelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel