Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7:1

Artikel 7:1

Onderdeel van Regeling vergoeding verplaatsingskosten

1.. Het college kan ten aanzien van de betrokkene een van het bepaalde in de hoofdstukken 4 en 5 afwijkend besluit nemen, indien: de loopafstand tussen de plaats van tewerkstelling en de dichtstbijzijnde halte van het openbaar vervoer groter is dan 1 km. Die halte hoeft geen relatie te hebben met het specifiek openbaar vervoermiddel waarvan de betrokkene gebruik wil maken; de bedrijfsarts van oordeel is dat om medische redenen geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer; de werktijden van de betrokkene zodanig zijn dat de plaats van tewerkstelling niet met openbaar vervoer kan worden bereikt of verlaten; het openbaar vervoer niet ten minste twee maal per uur stopt bij de plaats van tewerkstelling. Dit geldt zowel bij de aanvang als bij het einde van de diensttijd. bij gebruik van het openbaar vervoer als gevolg van de ligging van de plaats van tewerkstelling de persoonlijke veiligheid van de betrokkene in gevaar komt. 2.. Met inachtneming van de overige bepalingen van dit hoofdstuk bedraagt de vergoeding in bijzondere individuele situaties € 0,19 per km. 3.. Indien het college verklaart dat er niet langer sprake is van de bijzondere situatie vervalt de toegekende vergoeding met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin dit wordt verklaard. 4.. Ten aanzien van de betrokkene die op minder dan vijf dagen per week reist, wordt de vergoeding naar verhouding van het aantal werkdagen gerelateerd aan het bedrag dat in een volledige betrekking zou zijn genoten. 5.. Het college kan aan de toekenning van de vergoeding in bijzondere situaties nadere voorwaarden verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel