Naar hoofdinhoud
1.. Indien het college tot het oordeel komt dat voor de jeugdige en/of zijn ouders een individuele voorziening noodzakelijk is, stelt het college na het gesprek, bedoeld in artikel 6, en/of na het rondetafel gesprek, bedoeld in artikel 7, een routeplan op. 2.. Het college verstrekt zo spoedig mogelijk na de vaststelling dat een individuele voorziening noodzakelijk is, het routeplan aan de jeugdige en/of zijn ouders. 3.. Het routeplan bevat ten minste: een schriftelijke samenvatting van het gesprek als bedoeld in artikel 5, de mening van de jeugdige en/of zijn ouders, het schriftelijk oordeel van het college over de noodzaak van een individuele voorziening, eventueel in combinatie met een algemene of andere voorziening, een advies wie de benodigde hulp kan verlenen, de omvang en duur van de benodigde hulp, de doelen waaraan de jeugdige en/of zijn ouders, met behulp van anderen, gaan werken, werkafspraken, waaronder afspraken met betrekking tot de regievoering en evaluatiemomenten. 4.. Als tijdens de inzet van algemene (preventieve) voorzieningen de stappen omschreven in het derde lid, onder a tot en met g, van dit artikel al zijn doorlopen door de jeugdhulpprofessional die de algemene (preventieve) voorziening aanbiedt, mag het college afzien van het opstellen van een routeplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel