Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:4

Artikel 2:4

Onderdeel van Regeling dienstwoningen en emolumenten

1.. De dienstwoning dient ontruimd te worden wanneer: naar het oordeel van het college bewoning van de dienstwoning door de ambtenaar in verband met de vervulling van zijn functie of uit een oogpunt van dienstbelang niet langer noodzakelijk is; de ambtenaar een andere functie gaat vervullen of hem ontslag wordt verleend of het dienstverband eindigt door zijn overlijden; de dienstwoning aan een andere ambtenaar wordt toegewezen; aan de woning een andere bestemming dan die van dienstwoning wordt gegeven. 2.. Indien het dienstverband eindigt door overlijden behouden de nabestaanden, die met de ambtenaar samenwoonden, gedurende de maand waarin het overlijden plaatsvond en de daarop volgende drie maanden het gebruik van de dienstwoning en de beloningen in natura in verband met het gebruik van de dienstwoning die aan de ambtenaar waren toegekend. Van deze termijn kan worden afgeweken als het college dit in het belang van de dienst noodzakelijk acht. Indien de ambtenaar voor of in verband met het gebruik van de dienstwoning een vergoeding verschuldigd was, dan voldoen de nabestaanden deze over de tijd dat zij de dienstwoning blijven gebruiken. 3.. De ontruiming moet plaatsvinden binnen drie maanden nadat de (gewezen) ambtenaar op de hoogte is gesteld van de verplichting de woning te ontruimen. Indien sprake is van ontslag als straf als bedoeld in artikel 8:13 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag kan het college de ontruiming direct gebieden. 4.. Gedurende de periode van drie maanden, bedoeld in het derde lid, is de (gewezen) ambtenaar of zijn nabestaanden een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 2:3. Indien in strijd met het bepaalde in het derde lid de dienstwoning niet binnen drie maanden is ontruimd, is een bedrag verschuldigd gelijk aan de huur voor de woning wanneer deze op de vrije woningmarkt te huur zou worden aangeboden. Onverlet het verschuldigd zijn van dit bedrag is het college bevoegd de woning tegen de wil van de bewoner(s) op grond van een rechterlijke uitspraak te ontruimen. 5.. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder c, kan het college besluiten dat, onder door hen te stellen voorwaarden de bewoning van een voormalige dienstwoning al dan niet voor onbepaalde tijd door de (gewezen) ambtenaar of zijn nabestaanden kan worden voortgezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel