**1..** De voor de vergoeding in aanmerking komende inconveniënten worden opgenomen in een bijlage behorende bij deze regeling. Daarbij worden de volgende categorieën van inconveniënten onderscheiden:
Vuil werk Het werken onder omstandigheden van sterke verontreiniging en stank.
Hitte en koude Het verrichten van werkzaamheden waarbij men langdurig is blootgesteld aan sterke temperatuurwisselingen of aan zeer hoge of lage temperaturen.
Trillingen Het werken met sterk trillende apparatuur.
Benauwde omstandigheden Het werken onder omstandigheden waarbij ademhaling, huidoppervlakteuitwaseming en/of bewegingsmogelijkheden door beschermingsmiddelen of zeer kleine ruimten moeizaam of belemmerd worden.
Lawaai Het werken in situaties waarin men - met gebruik van gehoorbeschermingsmiddelen -is blootgesteld aan een zodanig langdurig aanhoudend lawaai dat onderling contact niet, of nauwelijks mogelijk is.
Bezwarende oplettendheid Het werken onder omstandigheden waarbij - ondanks het gebruik van beschermingsmiddelen - een zodanige oplettendheid noodzakelijk blijft dat dit werken als bezwarend wordt aangemerkt.
Spierbelasting Het door tillen of heffen dan wel het door het in een extreme houding voor langere duur verrichten van werkzaamheden, waarbij wisseling van houding onmogelijk of slechts zeer beperkt mogelijk is, ontstaan van een zware spierbelasting.
**2..** Afhankelijk van de zwaarte van het inconveniënt bedraagt de vergoeding onderscheidenlijk:
code 1 € 0,27 per uur;
code 2 € 0,54 per uur;
code 3 € 0,82 per uur;
code 4 € 1,09 per uur.