Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Vaststelling Regeling ambtseed/ -belofte

1.. Het afleggen van de eed (belofte) gebeurt als volgt: de gemeentesecretaris respectievelijk het diensthoofd leest de eedsformule duidelijk voor; de ambtenaar steekt de twee voorste vingers van zijn rechterhand aaneengesloten op en spreekt de eed of belofte uit; degene die de eed aflegt, spreekt de woorden: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”; degene die de belofte aflegt, spreekt de woorden: “Dat verklaar en beloof ik”; degene die de eed aflegt, onder verwijzing naar een andere godsdienst, spreekt de woorden “Zo waarlijk helpe mij Allah de Erbarmer, de Barmhartige” of Hindoeïstische/Boeddhistische tekst. 2.. Het afleggen en afnemen van de eed (belofte) moet staande plaatsvinden. Indien de indiensttredende ambtenaar zich verplicht acht de eed(belofte) op een andere wijze af te leggen, kan het college zich bevoegd achten afwijking van de voorgeschreven vorm toe te staan.

Rechtspraak bij dit artikel