Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:2

Artikel 2:2

Onderdeel van Regeling telewerken 2008

1.. Uitsluitend na toestemming van het college kan een ambtenaar de aan zijn functie verbonden werkzaamheden in de vorm van telewerken uitoefenen. 2.. De afspraken over het telewerken die met de ambtenaar worden gemaakt, dienen schriftelijk te worden vastgelegd. Die afspraken betreffen ten minste de volgende onderwerpen: de periode waarin en de dag(en) in de week waarop de ambtenaar gaat telewerken; de locatie waar het telewerken plaatsvindt en de eisen voortvloeiend uit de arbeidsomstandighedenwet; afspraken met betrekking tot de werkzaamheden en de voortgang ervan; gedurende welke perioden van de dag de ambtenaar telefonisch te bereiken is; welke voorzieningen door de dienst beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop dit gebeurt; voor welke vergoedingen de ambtenaar in aanmerking komt; informatiebeveiliging, privacybescherming en integriteitsaspecten; de wijze van en de gronden voor beëindiging van het telewerken en de gevolgen daarvan voor de verstrekte voorzieningen. 3.. De schriftelijk verleende toestemming met de daarbij behorende afspraken en voorwaarden wordt in het personeelsdossier van de ambtenaar opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel