De centrale vertrouwenspersoon heeft tot taak:
het behandelen en afdoen van een melding;
het zo nodig ondersteunen van de medewerker bij het indienen van een klacht;
het zo nodig doorverwijzen van de medewerker naar interne of externe deskundigen;
het bieden van nazorg aan de medewerker die een melding heeft gedaan;
het gevraagd en ongevraagd geven van beleidsadviezen aan burgemeester en wethouders en anderen in de organisatie inzake preventie en bestrijding van ongewenst gedrag;
het fungeren als aanspreekpunt voor de decentrale vertrouwenspersonen;
het stimuleren en coördineren van het vertrouwenswerk;
het verzorgen van voorlichting en publiciteit binnen de gemeentelijke organisatie over het beleid met betrekking tot ongewenst gedrag en over de uitvoering van deze regeling;
rapporteert aan het college van burgemeester en wethouders.