**1..** Het spaarbedrag komt ter beschikking van het personeelslid indien dit vier kalenderjaren sinds het einde van het kalenderjaar waarin de storting van het spaarloon plaatsvond, op de spaarloonrekening heeft uitgestaan.
**2..** Het personeelslid kan de op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen opnemen indien:
het spaarbedrag wordt aangewend ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;
het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalverzekering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 16, tweede lid, juncto artikel 8, eerste en tweedelid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;
het spaarbedrag wordt aangewend voor het starten van een eigen bedrijf, voor studie dan wel voor verlofsparen;
het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van de kosten van kinderopvang, voor zover een maximum van 1/6 deel van de aan het personeelslid of zijn partner in rekening gebrachte kinderopvangkosten niet overschreden wordt.
**3..** Indien als gevolg van toepassing van het tweede lid een bedrag van de spaarloonrekening wordt opgenomen, geschiedt dit ten laste van het spaarbedrag dat het laatste is bijgeschreven; is dit niet toereikend dan van het voorlaatste en zo vervolgens. Binnen de blokkeringstermijn is opname van het spaarloon om andere dan in het tweede lid genoemde redenen niet toegestaan. Gebeurt dit toch, dan is het personeelslid over het opgenomen bedrag alsnog loonheffing en (pseudo)premies WAO, WW en ZW verschuldigd.
**4..** Het personeelslid kan vrij beschikken over de door de spaarinstelling vergoede rente over de spaarbedragen.