Naar hoofdinhoud
•. 1. De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling vast. •. 2. De raad stelt per programma vast: a. de beoogde maatschappelijke effecten (outcome), wat willen we bereiken? b. de te leveren prestaties (output), wat gaan we daarvoor doen? c. de baten en lasten (input), wat mag het kosten? d. de taakvelden e. de betreffende verbonden partijen •. 3. Bij de begroting wordt het overzicht van programma’s, algemene dekkingsmiddelen, overhead en heffing vennootschapsbelasting weergegeven. •. 4. Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren prestaties. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. •. 5. De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, in de programmabegroting vast. •. 6. Het college biedt de begroting jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan het eerste dienstjaar van de programmabegroting aan de raad aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel