Naar hoofdinhoud
•. 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages (2 financiële rapportages waaronder 1 die ook het karakter heeft van een bestuursrapportage) over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. •. 2. De tussentijdse rapportages wordt aan de raad ter behandeling aangeboden in de maanden september en december. •. 3. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. •. 4. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de baten en de lasten (input), de geleverde prestaties (output) en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten (outcome). In de rapportages wordt aandacht besteed aan afwijkingen van: a. inkomsten uit de algemene uitkering; c. resultaten uit grondexploitatie; d. de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting. •. 5. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: a. investeringen groter dan € 500.000; b. aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 500.000; c. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 500.000; d. nieuwe meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 50.000. •. 6. In relatie tot art. 5, lid 4, kan het college de in de lid 5 toegekende bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen beneden de genoemde limietbedragen slechts uitoefenen indien het college tegenover de verplichtingen dekkingsmiddelen binnen hetzelfde programma kan aanwijzen en onder voorwaarde, dat het aangaan van deze verplichtingen geen inbreuk maakt op de uitvoering van het betreffende programma.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel