In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kanhet college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als:
**a..** het aanbod voorschoolse educatie niet of onvoldoende bijdraagt aan het vergroten van het bereik van doelgroepkinderen in een specifiek gebied. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan die gebieden waar het gerealiseerde bereik van de doelgroepkinderen beneden het stedelijk gemiddelde ligt;
**b..** bij het onderzoek door de toezichthouder een overtreding is geconstateerd van de belangrijkste voorwaarden voor de wettelijke basiskwaliteit van kindercentra. Dit zijn:
) Voldoende gekwalificeerd personeel, als bedoeld in artikel 3 lid 1 en artikel 18 lid 1 besluit, artikel 3 lid 2 besluit, artikel 5 lid 7 regeling, artikel 1.50 lid 3 wet;
) Goed pedagogisch klimaat, als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a en artikel 20 sub a regeling, artikel 7 lid 1 sub b en artikel 20 sub b regeling, artikel 1.49 lid 1 wet jo artikel 1.50 lid 1 wet juncto artikel 5 lid 3 en artikel 20 lid 3 besluit, artikel 5 lid 1 regeling en artikel 18 lid 1 regeling;
) Veilige situatie, als bedoeld in artikel 1.49 lid 1 wet juncto 1.51 wet jo artikel 2 lid 1 en artikel 17 lid 1 besluit, 1.51a lid 1 en lid 4 wet juncto artikel 2a besluit;
) Gezonde omgeving, als bedoeld in artikel 1.49 lid 1 wet jo 1.51 wet juncto artikel 2 lid 1 en artikel 17 lid 1 besluit;
) Goede accommodatie, als bedoeld in artikel 8 lid 1 regeling.
**c..** bij onderzoek door de toezichthouder een overtreding is geconstateerd van de wettelijke basisvoorwaarden voor de kwaliteit van voorschoolse educatie, zoals gesteld in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
**d..** bij onderzoek door de toezichthouder een overtreding is geconstateerd van de Amsterdamse kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie, zoals gesteld in de verordening.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 8
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling peuterspeelzaalwerk en voorschoolse educatie