**1..** Het college verbindt aan de verleende subsidie de volgende verplichtingen:
de door de aanvrager in te zetten medewerker heeft bij aanvang van de gesubsidieerde activiteiten een relevante hbo-opleiding op pedagogisch en/of didactisch gebied afgerond of heeft het ‘Programma erkenning verworven competenties' (EVC) doorlopen en;
de door de aanvrager in te zetten medewerker heeft bij aanvang van de gesubsidieerde activiteiten een opleiding in een van de erkende ‘vve-programma's' zoals bepaald in de verordening afgerond of is daarmee gestart en;
de door de aanvrager in te zetten medewerker heeft bij aanvang van de gesubsidieerde activiteiten ‘de gemeentelijke vve-module voor hbo'ers op de groep' afgerond of start hier binnen drie maanden mee en;
de door de aanvrager in te zetten medewerker verricht de gesubsidieerde activiteiten tussen 1 januari en 31 december in het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
**2..** De aanvrager zendt na afloop van de bestedingsperiode een afschrift van het bewijs van scholing als bedoeld in lid 1 of verwerkt de controle hiervan in de controleverklaring door de accountant.
**3..** In aanvulling op artikel 13, 14 en 15 van de ASA neemt de aanvrager in de verantwoording een rapportage op met een beschrijving van de inzet van hbo'ers en de wijze waarop dit heeft bijgedragen aan opbrengstgericht werken en verhoging van kwaliteit op de werkvloer. De verantwoording van de aanvrager wordt ingediend op het daarvoor bestemde formulier.
Hoofdstuk
Artikel 19
Subsidieverplichtingen hbo'er als pedagogisch medewerker op de groep
Onderdeel van Subsidieregeling VVE-thuisprogramma's en inzet hbo'ers 2015