Het college bepaalt de hoogte van het subsidiebedrag op basis van de in de aanvraag opgenomen kosten voor de aanschaf van het thuisprogramma en de kosten die met de uitvoering van het programma gepaard gaan, waaronder in ieder geval inbegrepen kosten voor aanschaf van materiaal, inhuur van deskundigheid en huur van ruimten voor zover naar het oordeel van het college deze noodzakelijk zijn voor het bereiken van het beoogde resultaat van het betreffende thuisprogramma. Artikel 9 De subsidieaanvraag In aanvulling op artikel 5 van de ASA 2013 bevat de subsidieaanvraag de volgende informatie en documenten:
**a..** een beschrijving van het gekozen thuisprogramma met aandacht voor de additionele waarde van het programma, de doelen die de aanvrager met het inzetten van het thuisprogramma wil bereiken en een overzicht van de bestaande werkwijze voor het stimuleren van thuisactiviteiten;
**b..** het totaal aantal ouders (of verzorgers) dat met de thuisprogramma's wordt bereikt en hoeveel daarvan als ouders van een doelgroepkind kunnen worden aangemerkt;
**c..** het moment waarop het thuisprogramma start en eindigt en hoe de effecten van het thuisprogramma worden gemeten;
**d..** een verklaring dat de aanvrager medewerking verleent aan een praktijkonderzoek door een door de gemeente vastgestelde wetenschapper naar de effecten van thuisprogramma's;
**e..** een sluitende begroting met daarin opgenomen:
een overzicht van de kosten die met de aanschaf en uitvoering van het thuisprogramma gepaard gaan, uitgesplitst naar structurele kosten en incidentele kosten;
een uitsplitsing van kosten per voor- en vroegschool indien van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 8
Subsidiebedrag
Onderdeel van Subsidieregeling VVE-thuisprogramma's en inzet hbo'ers 2015