Naar hoofdinhoud
1.. Het tijdstip van begraven, cremeren, bijzetten of verstrooien wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken aanvrager vastgesteld. 2.. De aanwijzing van de plaats van het graf of de urnenplaats geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, in overleg met de aanvrager. 3.. Tot de begraving, crematie of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 14, 18, en 19 derde lid en aan de vereisten van de wet is voldaan. 4.. Het openen en sluiten van graven, evenals het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend onder toezicht van de beheerder door het personeel van de begraafplaats worden uitgevoerd. 5.. Het sluiten van graven kan geheel of gedeeltelijk op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder door of namens de aanvrager worden uitgevoerd, indien de aanvrager de wens daartoe uiterlijk op een door de beheerder te bepalen tijdstip van de voorgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar heeft gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel