In deze verordening wordt verstaan onder:
**a..** asiel: een instelling zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van het Honden- en kattenbesluit 1999;
**b..** ASA: Algemene Subsidieverordening Amsterdam;
**c..** de Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
**d..** het college: het college van burgemeester en wethouders;
**e..** dierenambulance: een instelling in het bezit van een of meer auto's die voldoende zijn toegerust en uitgerust om voor het vervoer van gewonde of zieke dieren te worden gebruikt, en in geval van gebruik voldoende bemand zijn, doch minstens met twee personen, waarvan minstens één met het diploma dieren-EHBO, en welke instelling tevens beschikt over een telefonisch bereikbare meldkamerdiegemachtigd is deze auto's te doen inzetten, en voorts beschikt over een toegestane ruimte voor het tijdelijk bewaren van kadavers;
**f..** dierenopvangcentrum: een instelling die in staat is meer dan 50 gezelschapsdieren of vrij levende dieren gelijktijdig op te vangen, te huisvesten en te verzorgen;
**g..** periodieke subsidie: een per boekjaar of aantal boekjaren verstrekte subsidie zoals bedoeld in artikel 4:58 van de Awb;
**h..** projectsubsidie: een eenmalig verstrekte subsidie ten behoeve van activiteiten van de aanvrager.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening dierenwelzijn 2013-2015