Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart 2013

Binnenhavengeld Pleziervaart wordt niet geheven ter zake van het gebruik van openbaar gemeentewater of van andere voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente dan wel ter zake van het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten, met een: a.. pleziervaartuig dat op het water vertoeft zonder aan te leggen aan kaden, wallen of steigers dan wel dat slechts is aangelegd in de onmiddellijke nabijheid van een brug of sluis in afwachting van de eerstvolgende bediening van die brug of sluis en dat niet onbemand wordt achtergelaten; b.. roeiboot, al dan niet met aanhangmotor, behorende bij een binnenschip en uitsluitend in gebruik tot onmiddellijke scheepsdienst of het via de kortste route tussen de wal en het binnenschip overbrengen van opvarenden; c.. roeiboot toebehorend aan een onderwijsinstelling, een opleidingsinstituut of een vereniging waar roeionderricht wordt gegeven, die niet voor verhuur is bestemd en die uitsluitend met riemen wordt voortbewogen; d.. kano die uitsluitend met peddels wordt voortbewogen; e.. opblaasbare boot; f.. zeilplank.

Rechtspraak bij dit artikel