Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.5.23

Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent bouwen Bouwverordening Amsterdam 2013

Een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, mag tussen de voor- en de achtergevelrooilijn niet hoger worden gebouwd dan tot de kleinste van de onder I en II vermelde maten: I.. een hoogte, aangegeven door de vlakken welke door de voor- en de achtergevelrooilijn ter hoogte van de grootste toegelaten bouwhoogte zijn gebracht en met het horizontale vlak een hoek maken van: 55º in zone A; 45º in de zones B, C en P; 33º in het overige gedeelte der gemeente; II.. een hoogte van: 20 m aan de wegen, bedoeld in artikel 2.5.20, eerste lid, onder II sub a; 25 m in het overige gedeelte der gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel