Een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, mag tussen de voor- en de achtergevelrooilijn niet hoger worden gebouwd dan tot de kleinste van de onder I en II vermelde maten:
**I..** een hoogte, aangegeven door de vlakken welke door de voor- en de achtergevelrooilijn ter hoogte van de grootste toegelaten bouwhoogte zijn gebracht en met het horizontale vlak een hoek maken van:
55º in zone A;
45º in de zones B, C en P;
33º in het overige gedeelte der gemeente;
**II..** een hoogte van:
20 m aan de wegen, bedoeld in artikel 2.5.20, eerste lid, onder II sub a;
25 m in het overige gedeelte der gemeente.
Hoofdstuk
Artikel 2.5.23
Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent bouwen Bouwverordening Amsterdam 2013