Net als het burgerinitiatief, en in tegenstelling tot het referendum, heeft het volksinitiatief betrekking op een voorstel uit de burgerij. In tegenstelling tot het burgerinitiatief echter kan het volksinitiatief gevolgd worden door een volksraadpleging. Dit in de zogenaamde volksstemmingsfase die mogelijk is nadat de raad zich over het voorstel heeft uitgelaten. Een volksstemming lijkt daarmee op een referendum. Echter, als gezegd is het onderwerp van de volksstemming niet een besluit dat op initiatief van het gemeentebestuur is genomen, maar een besluit waarvan een groep kiezers vindt dat het genomen zou moeten worden.
Het voorstel wordt dus op de agenda van de raad geplaatst, en de raad neemt daarover een beslissing. Is deze positief dan blijft het daarbij. Is deze negatief, of wijkt deze af van het voorstel, dan is daarover een volksstemming mogelijk. Om deze reden gelden er dan ook meer uitzonderingsgronden voor een volksinitiatief.
Vanwege de grotere impact die het volksinitiatief heeft, gelden hiervoor meer uitzonderingsgronden. Er is met name expliciet voor gekozen geen volksinitiatieven toe te staan wanneer de raad meent dat zwaarwegende belangen zich verzetten tegen een volksstemming (artikel 9, derde lid). Van dergelijke zwaarwegende belangen is onder meer sprake als de uitvoering van dat volksinitiatief zou leiden tot een aanzienlijke aantasting van een eerder genomen raadsbesluit. Toen dat besluit genomen werd, bestond immers al de mogelijkheid om een referendumverzoek te doen. Via de bepaling in het tweede lid wordt het telkens ter discussie stellen - langs de indirecte weg van de indiening van een burger- of volksinitiatief - van dezelfde besluitvorming voorkomen.
Hoofdstuk
Artikel 9
(Mogelijkheden indiening volksinitiatief)
Onderdeel van Verordening op het burgerinitiatief, het volksinitiatief en het referendum