Een volksstemming vindt niet eerder plaats dan zes maanden na de toewijzing door de raad van het verzoek om een volksstemming. Deze termijn is opgenomen om te garanderen dat er voldoende tijd is voor maatschappelijk debat in de periode voorafgaande aan de stemming. Uit het oogpunt van kostenbesparing, en ter voorkoming van verkiezingsmoeheid, zullen volksstemmingen en verkiezingen zoveel mogelijk geconcentreerd worden op één stemdag per jaar.
Hoofdstuk
Artikel 19
(Datum volksstemming)
Onderdeel van Verordening op het burgerinitiatief, het volksinitiatief en het referendum