Subsidie is mogelijk voor de aankoop van
nieuwe voertuigen met typegoedkeuring Euro 6 en
nieuwe voertuigen met typegoedkeuring Euro VI. Ook
kan subsidie worden verleend voor het gebruiken
van subsidiabele voertuigen op basis van een
leaseconstructie. Dit is verwoord als ‘laten
aanschaffen'. De voorwaarde is dan wel dat
aangetoond wordt dat het voertuig in de gemeente
Amsterdam gebruikt gaat worden. Er is geen
subsidie mogelijk voor tweedehands voertuigen of
voertuigen die voor de inwerkingtreding van de
subsidie zijn aangeschaft.
De subsidie is alleen mogelijk voor nieuwe
voertuigen. Dit betekent dat er niet eerder een
kentekenbewijs af mag zijn gegeven voor het
betreffende voertuig. De eigenaar van het voertuig
is de eerste kentekenhouder. Aan dit criterium is
voldaan als de datum van eerste toelating
overeenkomt met de datum van eerste tenaamstelling
zoals opgenomen op het kentekenbewijs. Bepalend is
of voor het voertuig niet eerder een
kentekenbewijs is afgegeven of niet eerder op de
openbare weg is gebruikt.
Om voor subsidie in aanmerking te komen moet
aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Het moet
in ieder geval gaan om voertuigen die een motor
hebben met een compressieontsteking met een Euro
VI-typegoedkeuring of een motor met
compressieontsteking met een Euro
6-typegoedkeuring. In die gevallen wordt voldaan
aan de normen zoals gesteld in de Verordeningen
Euro 6 / VI. Met de term ‘Affabriek installatie'
is bedoeld dat de motor er in de fabriek al in
moet zijn gezet. Dit betekent dus dat subsidie
voor ombouw niet mogelijk is.
De subsidieregeling stelt voorwaarden aan de
uiterlijke data waarop het voertuig tenaamgesteld
dient te zijn. Deze data zijn gekoppeld aan de
data van de Verordeningen Euro 6 / VI.
Subsidie is mogelijk indien het voertuig
waarvoor subsidie wordt verkregen in de gemeente
Amsterdam gebruikt gaat worden. De aanvrager moet
dit zelf aan gaan tonen. Om te kunnen voldoen aan
de voorwaarden moet de gebruiker van het voertuig
in ieder geval een werkelijk vestigingsadres
hebben in de aanliggende gemeengen. Dit moet een
straatnaam zijn en mag niet alleen een
postbusadres zijn. De werkelijke vestiging van de
aanvrager moet zijn gelegen in Amsterdam of één
van de aanliggende gemeenten, te weten: Zaanstad,
Oostzaan, Landsmeer, Waterland, Diemen, Muiden,
Weesp, De Ronde Venen, Ouder Amstel, Amstelveen,
Haarlemmermeer, Haarlemmerliede & Spaarnwoude.
Daarnaast moet de aanvrager aan kunnen tonen dat
het voertuig minimaal vijf keer per week gebruikt
gaat worden binnen de grenzen van de milieuzone.
Hieraan is voldaan als de gebruiker volledig in de
milieuzone is gevestigd. Als dit niet het geval is
dan geldt er een verzwaarde bewijslast. De
aanvrager kan dit bijvoorbeeld aantonen door
overlegging van getekende verklaringen van klanten
dat er ten minste 5 maal per week diensten worden
geleverd bij deze klant. Ook kan de aanvrager een
rittenadministratie overleggen.
De gemeente Amsterdam toetst door middel van
een steekproef of het voertuig daadwerkelijk
frequent in Amsterdam rijdt. Dit betekent dat de
gemeente aan een bepaalde groep van
subsidieontvangers vraagt nadere informatie aan te
leveren. De groep wordt geselecteerd aan de hand
van een steekproef. De subsidieaanvrager geeft bij
subsidieaanvraag expliciet toestemming om
medewerking te verlenen indien deze steekproef op
aanvrager van toepassing is. De medewerking is als
subsidieverplichting opgenomen. Onder medewerking
wordt mede verstaan: het aanleveren van
klantverklaringen of andere bewijslast.
Bij het indienen van de aanvraag moet de
aanvrager een "de-minimisverklaring" overleggen.
Dit heeft te maken met staatssteun. De
de-minimisverordening geldt niet voor de aanschaf
van wegvervoermiddelen voor vracht door
ondernemingen die vrachtvervoer voor rekening van
derden uitvoeren. Hiervoor gelden andere
staatssteunregels waaraan getoetst gaat worden. Er
wordt dan gekeken naar de voorwaarden van de
Algemene groepsvrijstellingsverordening. Het kan
zijn dat de toepassing hiervan leidt tot een lager
subsidiebedrag.