**1..** De in artikel 33 genoemde aanwijzing van de leden van het
dagelijks bestuur vindt plaats op voordracht van de colleges
van de deelnemende gemeenten via de voorzitter van de
regioraad, met inachtneming van het bepaalde in artikel
33.
**2..** Met betrekking tot de leden van het dagelijks bestuur zijn
de artikelen 40, 41, 46 en 47 van de Gemeentewet van
overeenkomstige toepassing.
**3..** De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag
waarop de regioraad de leden van het nieuw te vormen
dagelijks bestuur aanwijst.
**4..** Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur
beschikbaar komt kiest de regioraad zo spoedig mogelijk een
nieuw lid. Artikel 33 is daarbij opnieuw van toepassing.
Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur
gepaard met het openvallen van een plaats in de regioraad,
dan kan deze raad het kiezen van een nieuw lid in het
dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats
in de regioraad weer zal zijn bezet.
**5..** Degene, die als lid van het dagelijks bestuur tussentijds
ontslag neemt, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn
opvolger zijn benoeming heeft aanvaard.
**6..** Tussentijds verlies van en schorsing in het lidmaatschap van
de regioraad brengt verlies van, onderscheidenlijk schorsing
in het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mede.
Hoofdstuk V › Afdeling b: › Paragraaf 1:
Artikel 34
Artikel 34
Onderdeel van Gemeenschappelijk regeling Stadsregio Amsterdam