**1..** In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke
deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting
betrekking heeft, verschuldigde bijdrage.
**2..** Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage
wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar,
voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor
de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de
door het Centraal bureau voor de statistiek vastgestelde
bevolkingscijfers.
**3..** De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot
jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van
de in het eerste lid bedoelde bijdrage.
**4..** De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en
aflossing van de geldleningen, aan te gaan door de Stadsregio
Amsterdam voor de uitvoering van zijn taak, in verhouding tot
het inwonertal op 1 januari van het dienstjaar waarin de
geldlening wordt aangegaan (uitgedrukt in een veelvoud van
duizend naar boven afgerond). Zodanige geldleningen mogen de
geldgevers geen rendement geven dat hoger is dan het rendement
van de geldleningen, welke tegelijkertijd worden aangeboden door
de NV. Bank Nederlandse gemeenten.
Hoofdstuk X › Paragraaf 2:
Artikel 54
Artikel 54
Onderdeel van Gemeenschappelijk regeling Stadsregio Amsterdam