Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Afbouwregeling

Onderdeel van Bezoldigingsregeling

Aan de medewerker van wie de bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikelen 14 en 15 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door het college een aflopende toelage toegekend, als: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, en de medewerker de toelage - als bedoeld in artikelen 14 en 15 - direct voorafgaande aan het tijdstip van beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de medewerker van 60 jaar of ouder van wie de bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage - als bedoeld in artikelen 14 en 15 - een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien de medewerker de toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de medewerker de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor de aanvang van die toelage gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage - als bedoeld in artikelen 14 en 15 – heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid. Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden, anders dan door ziekte. Het college kan voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vaststellen. VII Overige bepalingen

Rechtspraak bij dit artikel