Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien:
- - de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen bedoeld in artikel 6;
- - de verzoeker in staat is om zijn schulden zelf of via diens netwerk te regelen;
- - het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond;
- - de verzoeker niet langer tot de doelgroep behoort;
- - de verzoeker is komen te overlijden;
- - de verzoeker zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit schulddienstverlening, ernstig misdraagt;
- - de geboden bemiddeling, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet (langer) doelmatig is;
- - de inkomens- , woon- of leefsituatie van de verzoeker dermate onzeker is, dat schulddienstverlening (nog) niet mogelijk is;
- - de verzoeker naar een andere gemeente verhuist, tenzij er sprake is van een lopende schuldregeling;
- - de verzoeker zijn afloscapaciteit niet (volledig) wil aanwenden voor de aflossing van schulden;
- - op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schulddienstverlening aan de verzoeker is toegekend, terwijl als deze gegevens ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij de schulddienstverlening, een ander besluit zou zijn genomen;
- - de verzoeker hier nadrukkelijk zelf om verzoekt.