Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit gedurende zeven jaren na afloop van de gesubsidieerde activiteit de van belang zijnde rechten en verplichtingen, evenals de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. 3.. De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek van het college, de raad of de door de raad ingestelde rekenkamer, wanneer het college, de raad of de rekenkamer daarom verzoekt. 4.. Het college kan, naast de in artikel 4:37 van de wet bedoelde verplichtingen, bij subsidieregeling of bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot: afschrijvingen; zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht; informatieplicht; de overdracht van subsidie aan derden; emancipatie, non-discriminatie en democratisch functioneren; duurzaamheid; het werken met vrijwilligers, stageplaatsen, werkervaringsplaatsen; het realiseren van het doel van de subsidie; de toegankelijkheid van gebouwen of voertuigen voor mensen met een beperking. 5.. Het college kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel