Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1.

Artikel 3.

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument.

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent monumenten Monumentenverordening gemeente Maasgouw -2007

1.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de Monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies, als bedoeld in het tweede lid, achterwege blijven. 3.. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4.. Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een gemeentelijk monument. 5.. Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert zij overleg met de eigenaar. 6.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een maritiem monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Voordat het college een besluit neemt over de aanwijzing van een maritiem monument, vragen zij advies aan de Monumentencommissie, alsmede aan de Federatie van Oud Nederlandse Vaartuigen dan wel de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig. 7.. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing. 8.. Gemeentelijke monumenten die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 5 van de Monumentenwet, worden geacht niet meer op de gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel