Uit onderzoek van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) is gebleken dat een groot deel van de doelgroep geen vermogen heeft (Bijstand en Vermogen, augustus 2007). Mede hierdoor en om deze regeling zo laagdrempelig mogelijk te houden dienen de gegevens over het vermogen niet ingeleverd te worden, maar kan volstaan worden met een verklaring van de belanghebbende en diens partner dat de vermogensgrens als bedoeld in de Wet werk en bijstand niet wordt overschreden. Achteraf kunnen gegevens over het vermogen steekproefsgewijs door de SDW opgevraagd worden. Om te voorkomen dat iemand niet voor een voorziening in aanmerking komt, omdat het inkomen in de peilmaand incidenteel hoger is dan 110% van het sociaal minimum, wordt toch een vergoeding mogelijk gemaakt. Er wordt uitgegaan van een gemiddeld inkomen over een bandbreedte van maximaal twaalf maanden voorafgaande aan de peilmaand. Indien een kortere periode dan 12 maanden nodig is om het gemiddelde inkomen vast te stellen, wordt uitgegaan van de kortere periode.