Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening Nieuwegein 2010

De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 10 niet naleeft; binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel