Naar hoofdinhoud
1.. De accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, lid 2, Gemeentewet, wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van 5 jaar. 2.. Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor. 3.. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen en de selectiecriteria vast. In het programma van eisen en het aansluitende contract worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: a.. de toe te passen goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties bij de controle van de jaarrekening; b.. de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties; Voor de onder a en b genoemde toleranties wordt uitgegaan van de huidige wettelijk vastgelegde minimumeisen, d.i. 1% voor fouten in de jaarrekening en 3% voor onzekerheden in de jaarrekening; indien hiervan afgeweken wordt dient dit expliciet in het programma van eisen en het af te sluiten contract te zijn opgenomen. c.. de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; d.. de eventueel aanvullend uit te voeren tussentijdse controles; e.. de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering en van de standaard tussentijdse controle; f.. het tijdstip van de aanlevering van de rapportage over de controle van de jaarrekening op basis van de jaarlijks vast te stellen planning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel