Naar hoofdinhoud
VOLDOENING INEENS Op een bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeente-ambtenaar vóór 1 maart van het belastingjaar in te dienen schriftelijke aanvraag van de belastingplichtige wordt de belasting met betrekking tot de nog niet aange-vangen belastingjaren ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar, waarin de aanvraag wordt gedaan - voor elk van die nog niet aangevangene belastingjaren. De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 9% per jaar. ARTIKEL 10 VRIJSTELLINGEN De belasting wordt niet geheven van: de onroerende zaken, waarvan de gemeente genothebbende is en die uitsluitend voor de publieke dienst worden gebezigd; openbare parkeergelegenheden, plantsoenen, waterpartijen en bij de gemeente in eigendom of beheer; straatmeubilair, waaronder wordt verstaan alle zodanige gebouwde onroerende zaken - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente. ARTIKEL 11 NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel